Chevrolet Captiva: opgewaardeerd

Chevrolet heeft zijn SUV Captiva op alle fronten opgewaardeerd, in een kennelijk nieuw offensief om het marktaandeel in dit onverwoestbare marktsegment op te vijzelen.

De lancering van de nieuweling volgt immers uiterst kort op de introductie van de geheel nieuwe en een maatje kleiner uitgevallen Orlando.

Met de vernieuwde Captiva, die net als de Orlando in Korea wordt gebouwd en tegelijkertijd ook als Opel Antara-upgrade het licht ziet, wil Chevrolet niet alleen de goedkope SUV's uit het land van herkomst beconcurreren, maar duidelijk ook de gevestigde Japanse en Europese orde in de hogere regionen van SUV-terrein. De nieuwe Captiva immers heeft naast zijn nieuwe neuspartij, die meer dan voorheen in Chevrolet-stijl is gebeeldhouwd, vooral een aanzienlijk luxueuzer en beter afgewerkt interieur. Materiaalkeuze en afwerking staan op een niveau dat tot voorheen bij Chevrolet (Koreaans of Amerikaans) vergeefs werd gezocht. Niettemin heeft het instapmodel een prijskaartje waar de verkopers van Sorento's en Santa Fe's niet blij mee zullen zijn: 34.995 euro. Voor dat geld wordt geen vierwielaandrijving geleverd, een voorziening die de gemiddelde Nederlandse SUV-rijder tot grote vreugde van boswandelaars en natuurbeschermers doorgaans toch slechts als ballast meevoert. Maar ook het instappertje heeft de volle lading van elektronische hulpmiddelen standaard, als daar zijn Electronic Stability Control (ESC), het Traction Control System (TCS) en het Braking Assist System (BAS), plus Hill-Start Assist (met de elektrische handrem) en Descent Control. Zelfs een achteruitrijcamera behoort tot het basispakket.

Dieselen
Ongetwijfeld zal die basisversie de meeste klanten trekken, maar zakelijke rijders gaan natuurlijk liever dieselen en de luxe-vakantieganger zal zich de weldaad van de drieliter V6 wellicht niet laten ontgaan. De nieuwe motorenreeks bestaat uit twee benzinemotoren van 2,4 en 3,0 liter, en twee dieselvarianten van 2,2 liter, uiteraard zonder uitzondering schoner en efficiënter dan alle voorgangers. 

De nieuwe motoren hebben diverse voorzieningen die voor het eerst te vinden zijn op de Captiva, zoals variabele kleptiming (VVT) op de 2,4-liter benzine ECOTEC-motor met dubbele bovenliggende nokkenassen, die 167 pk levert en gemiddeld 8,9 liter/100 km verbruikt (handbak). De topsnelheid is 190 km/h, de acceleratie van 0-100 km/u duurt 10,5 seconden.
De nieuwe 2,2-l turbodiesel is er in twee varianten, met 163 of 184 pk, waarbij de zestraps automaat alleen met de minst krachtige gecombineerd kan worden. De prestatiecijfers van de 163 pk-motor zijn prima (0-100 in 9,9 sec, top 189 km/h), terwijl de 184 pk versie de sprint van 0 tot 100 km/u aflegt in 9,4 seconden en een topsnelheid heeft van 200 km/u. Het gemiddeld brandstofverbruik van beide versies is grappig genoeg identiek: 6,4 liter/100 km.

Lekkere V6
In de topper zit een ontzettend lekkere V6 (die trouwens pas midden dit jaar leverbaar is, maar waar we wél al mee hebben gereden) met alweer twee primeurs voor een Captiva: directe brandstofinjectie en variabele kleptiming. Met zijn koppel van 288 Nm maakt deze zespitter de Captiva tot een van de meest krachtige compacte SUV's op de markt: topsnelheid 198 km/h en van 0-100 km/u in 8,6 seconden, bij een gemiddeld brandstofverbruik van 10,7 liter/100 km.

Vooral de laatste versie, die anders dan zijn collega's niet met handbak of alleen voorwielaandrijving wordt geleverd, bereidde ons veel genoegen. Op een speciaal testterreintje, dat van de weidse naam 'Snow Camp' had gekregen en waar Chevrolet's WTTC-coureurs Alain Menu en Yvan Müller, de laatste ook voor het merk actief in de Andros Trophy ijsraces, fungeerden als taxichauffeur en mentor, konden we de terreinvaardigheid van de Captiva naar hartenlust uitproberen. 

Geen lol meer aan
Vanuit stilstand op een steil en besneeuwd weggetje wegrijden, de elektronica neemt het helemaal van je over. Langs hetzelfde pad afdalen: de Descent Control neemt alles behalve het sturen van je over. Eigenlijk geen lol meer aan - maar wél zo veilig. Maar met álle elektronische beschermengelen met een welgemeend Grüss Gott uitgeschakeld konden we de Captiva's op het handling circuit toch echt even leuk buiten laten spelen.

De daar opgedane ervaringen gaven ons alle nodige geruststelling voor de verdere testroutes op openbare wegen. De Captiva rijdt gewoon goed en is erg makkelijk te besturen. Beetje vaag in de middenstand, maar voor een SUV binnen zeer aanvaardbare grenzen. 
Het interieur bevalt. Op de wielbasis van 2,71 m is er voor- en achterin lekker veel ruimte en er kan gekozen worden voor een vijf- of zevenzits opstelling. In beide gevallen zijn de achterbanken erg makkelijk uit de weg te ruimen, waarbij dan een bagageruimte van maximaal 1.577 l geschapen kan worden. 
Zoals gezegd ziet het er piekfijn uit - en dat is wel de grootste verbetering. Alles bij elkaar is de Captiva nu een erg prettige SUV - als je van het genre houdt - dat in al z'n uitvoeringen zinvol en aangenaam vervoer kan leveren. Vooral voor vrijetijdsbezigheden, maar als werkpaard gaat hij ook een forse klus niet uit de weg. Vanaf 34.995 euro, dus, een heel nette prijs. Maar je vraagt je wél af wie € 49.995 wil ophoesten voor het topmodel.

Tegengas

Reacties (0)

Reageer

This thread has been closed from taking new comments.