Mini Coupé: lelijk, maar geinig

Er lijkt geen eind te komen aan de reeks variaties op het thema Mini. Er was al een cabriolet, maar daarnaast is nu ook een roadster verschenen – met de bijpassende Coupé. Op z’n minst een opmerkelijke verschijning.

De nieuwe roadster – een tweepersoon cabrio is dat – ziet er beslist aardig uit, zeker met het kapje naar beneden, maar de Coupé is zonder meer een gedrochtje. Waarschijnlijk door een leerling-designer voor de grap op het tekenbord c.q. computerscherm gezet en tot diens oprechte verbijstering door de chef omarmd. Mini zelf verklaart trots dat het onooglijke dakje is geïnspireerd door zo’ achterstevoren gedragen honkbalpetje – en als ik érgens een hekel aan heb…

Vermurwd

Maar toen we ‘m ophaalden waren er twee positieve verrassingen: ten eerste zat er redelijk donker glas in, zodat ik er niet in herkend kon worden, en ten tweede was het de versie John Cooper Works en daar gaan de oogjes toch een beetje van glimmen. Om het meteen maar op te biechten, het rijdt zo vreselijk fijn dat we op de eerste rit naar huis al wat vermurwd raakten.

Tussensprintje

Tweehonderdelf pk’s komen er uit de 1,6 liter turbomotor en nog veel prettiger is het dat tussen de 1.850 en 6.000 toeren niet minder dan 260 Nm aan parate trekkracht te trappelen staat om weer een vrolijk stemmend tussensprintje te maken. Die maken deze Mini toch wel onweerstaanbaar en laten een nog veel vlottere indruk achter dan het officiële acceleratiecijfer van 6,4 tellen voor de honderdsprint doet vermoeden, al is dat voor de 1.165 kilo wegende Coupé echt niet onverdienstelijk.

Top 250 km/h

De topsnelheid van 250 km/h is in ons land een even theoretische waarde als het EU-brandstofverbruik van 7,1 l/100 km. Dat we tijdens de testperiode, met erg veel stadsverkeer, nog 8,2 liter noteerden verbaast eigenlijk net zozeer als het feit dat we hem gedurende die tijd nog wel lelijk, maar toch ook steeds charmanter vonden. Geinig, is het juiste woord.

Poppenkast

Daarvoor ben je zelfs bereid de gebruikelijk ergernissen opzij te zetten die het interieur van een Mini, elke tegenwoordige Mini, bij een ware automobilist nu eenmaal opwekken. Het is een poppenkast, hetgeen gezien het aantal vrouwelijke Mini-rijders nogal rolbevestigend is. Teveel ornamenten, zoals de bespottelijk grote centrale klok (die een verwijzing naar de oer-Mini moet zijn) en die in dit geval wat dragelijker is vanwege het wel goede navigatiesysteem dat er in is opgeborgen. Dat de ook ingepaste snelheidsmeter nauwelijks valt af te lezen is ook zo’n ergernis. De toerenteller zit apart op de stuurkolom geschroefd.

Wipschakelaars

Ook tot de irritante ornamenten behoren de talloze wipschakelaars, ook weer een verwijzing naar het oorspronkelijke geniale ontwerp van Sir Alec Issigonis. Maar toen bleven ze stáán in de stand ‘aan’ of ‘uit’ en nu springen ze terug in de middenstand, zodat je niet meer in één blik kunt zien wat er is ingeschakeld en wat niet. Hetzelfde geldt voor de hendeltjes voor richtingaanwijzers en ruitenreinigers.

Quasi stoer

Het is een opeenstapeling van gadgets (terwijl de Mini zelf een gadget is), met als voorlopig toppunt het zinloze uitklapbare spoilertje op de kont, die bij 80 km/h vanzelf oprijst. Rijd je langzamer, dan kan het met een van die wipschakelaartjes quasi stoer al worden opgeklapt, maar je kunt hem er niet mee tot bedaren brengen.

Skiluik

Aan de positieve kant noteren we, naast het formidabele weggedrag en die heerlijke motor, dan wel het ontbreken van een achterbank, zodat je geen taxi hoeft te spelen. Op die plek is nuttige bagageruimte, die met een skiluik in verbinding staat met de echt gigantische koffer. Ik weet niet hoe ze bij Mini meten, maar hij is echt groter dan de opgegeven 280 liter.
De prijs is dan weer minder leuk: 39.500 euro, maar als ‘gewone’ Cooper kost de Mini Coupé 24.350 euro. Eigenlijk is het heel simpel: even wegkijken als je instapt en dan enorm veel rijplezier beleven.

Tegengas

Hoe kunnen jullie dit schattige autootje lelijk vinden. Hij is aimabel, charmant, leuk en vriendelijk en dat spoilertje is juist hartstikke mieters. En het interieur van ook deze Mini grijpt toch meesterlijk terug op de oer-Mini, met die fijne grote en duidelijke klok en al die snoezige schakelaartjes. Niet dat ik precies weet waar ze allemaal voor zijn, behalve dan die voor de interieurverlichting die ik hélémaal naar m’n stemming kan kleuren, van meestal vrolijk oranje tot een keer in de maand ingetogen lila. En ál die bagageruimte voor de shopping bags, ook hélémaal enig.  

Reacties (2)

  1. Rekel:
    23 januari 2012 om 18:31

    Hij is echt zeldzaam lelijk. Tijd om de ontwerper van die dingen - de Countryman is ook al zo'n gedrocht - te ontslaan.

  2. Joeri:
    24 januari 2012 om 16:17

    Dit is een beetje de 'anti-held' daarom vind ik hem wel cool, omdat niemand dat vindt... en rijdt blijkbaar geweldig!

Reageer





Tags toegestaanVoeg reactie toe: