Ford Focus EcoBoost: lekkere driepitter

De aankondiging van Ford dat er een buitengewoon zuinige Focus op komst was met een éénliter driecilinder, werd door ons niet met veel vreugde ontvangen. Want we kenden geen enkele lekker lopende driepitter. Nu wel.

Want de revolutionaire EcoBoost van Ford blijkt een onwaarschijnlijk mooi ‘rond’ lopende krachtbron te zijn, die bovendien heel stil is en een heerlijke souplesse tentoon spreidt. Een motor die onder alle omstandigheden de indruk wekt een inhoud van minimaal anderhalve liter te hebben – als ’t niet meer is. Een motor waar Ford bakens mee verzet.

Opmerkelijke rust

Al meteen bij het starten is de rust opmerkelijk. Hoewel al snel blijkt dat de EcoBoost bij lage toerentallen een uitgesproken diesel-karakter heeft, horen we bij de start geen gerinkel, laat staan dat er een roetwolk explodeert. Bij het wegrijden voel je al hoe lekker de EcoBoost er aan trekt en ervaar je dat de ons ter beschikking gestelde versie met 125 pk (die met 100 pk schitterde door afwezigheid) zo’n prachtig mooie koppelkromme heeft, die al bij 1.400 toeren piekt tot 170 Nm – en daar tot 4.000 toeren blíjft. Voor korte sprintjes heeft deze uitvoering zelfs een overboost die tot 200 Nm reikt: de Catalaanse taxi’s zijn kansloos.

Imposante souplesse

Later op de snelweg en vooral de bergen in gaat de EcoBoost ons steeds beter bevallen. Hij blijft lekker stil en imposant in zijn souplesse. Heel snel opschakelen, met al dat koppel, zodat de zesbak van de 125 pk’er eigenlijk overbodig is (de 100 pk heeft vijf gangen) en lekker in die hoge versnellingen blijven hangen. Hij lijkt álles te trekken (ook een aanhanger van 1,2 ton).
Het was ons bij de perspresentatie al uitgelegd, maar in de praktijk herbergt de EcoBoost écht de voordelen van een moderne diesel en een even moderne benzinemotor. Want bij hogere toerentallen kent deze driecilinder daarvan de levendigheid en de ‘turbolag’ mag geen naam hebben.

248.000 toeren

Dat komt doordat de inblazer heel klein is gehouden, om maar snel op toeren te komen (maximaal 248.000 toeren!) en zo zijn zegenrijke werk te doen. Dat zo’n idioot snel draaiende tor erg heet kan worden is onderkend en daarom wordt het uitlaatspruitstuk extra met water gekoeld.

Opzettelijke onbalans

Het grote voordeel van een driecilinder is in de eerste plaats de gewichtsbesparing en de EcoBoost weegt dan ook maar 96 kg, 30 minder dan de 1,6 viercilinder in de Focus. Het grote nadelen zijn de hevige trillingen, dwars en in lengterichting. Balansassen zouden die deels kunnen elimineren, maar die zijn zwaar en verhogen de inwendige wrijving van een motor. En dan komt de geniale vondst van Ford om de hoek kijken. Ze hebben, om de korte krukas te balanceren, juist vliegwiel én distributiepoelie in onbalans gebracht en die twee, aan beide uiteinden van de krukas, rekenen af met de trillingen.

Groene labels

Het resultaat is dus eigenlijk verbijsterend, zo mooi, rustig en stil loopt geen enkele andere driecilinder. Naast de 100 of 125 pk en die 170 (of 200) Nm biedt de nieuwe EcoBoost ook nog een prima brandstofverbruik, dankzij ook twee variabele nokkenassen en een zeer uitgekiend systeem van multipoint-injectie. Slechts 4,8, respectievelijk 5,0 l/100 km verdienen natuurlijk de mooiste groene labels. Wie de 100 pk versie voor 1 juli op kenteken krijgt betaalt geen BPM en tot 2014 geen wegenbelasting.

Vanaf € 20.595

De Focus EcoBoost is er in alle drie de carrosserievarianten, in de uitvoeringen Trend en Titanium, met een vanafprijs van € 20.595. De 100 pk is vanaf 1 april leverbaar, de 125 pk per 12 juli en gaat in elke uitvoering duizend euro meer kosten dan zijn zwakkere broeder.
En laten we bij al dit technische vernuft even niet vergeten dat het gemonteerd is in een Focus, die de fijnst sturende auto in dit segment is en blijft. Ford verdient alle lof.

Tegengas

Reacties (0)

Reageer





Tags toegestaanVoeg reactie toe: